Tilburgse broodpater fietst 30 km per nacht voor mensen in nood

door Marieke Henselmans
oorspronkelijk gepubliceerd op 28 mei 2009 in Geld & Recht

Een 80-jarige pater uit Tilburg fietst al 18 jaar door Tilburg om brood te bezorgen bij mensen die in de problemen zitten. Maar hij past niet in het systeem van de kerk of hulpverlening.

Een Tilburgse lezer stuurde mij het pas verschenen boek over de 80-jarige Gerrit Poels. Ik kon haast niet stoppen met lezen. Er stond zoveel bijzonders en positiefs in het boek, het waren vitaminen voor de ziel.

Aan het begin van de nacht vertrekt hij en daarna fietst hij door heel Tilburg om brood te bezorgen bij mensen die in de problemen zitten. Hij doet dit al vanaf 1990, lang voor de Voedselbank was uitgevonden. Van oorsprong is hij priester van de Missionarissen van het Heilige Hart, maar het priesterambt paste niet echt bij hem. Hij wilde vooral dicht bij de mensen zijn.

Zo ontstond in 1968, zonder management- of ondernemingsplan, arbowetgeving en subsidie, ‘Huize Poels’.

In 1969 wilde hij uittreden om te kunnen trouwen met Angeliek, een medewerkster van het eerste uur. Ze namen ook nog de zorg voor zes pleegkinderen op zich. Ruim 20 jaar runden ze Huize Poels, altijd bevolkt door emotioneel beschadigde, soms psychotische mensen. Maar hoe gaat dat: in de loop van de jaren werden hogere eisen gesteld aan dit soort crisisopvang. Er kwam een groter pand en de organisatie zou nu eens professioneel opgezet worden…

Een goed moment om met pensioen te gaan, besloot Poels, die de pest heeft aan de professionalisering en bureaucratisering van de zorg. ‘Ik ben geen hulpverlener. Ik help’ is het motto van Poels. In de organisatie van het nieuwe opvangcentrum was geen ruimte voor huisbezoeken…

Dat ging Poels dus op eigen houtje doen. Hij bezocht zijn klantjes en merkte dat er behoefte was aan brood. En van het een kwam het ander. Hij vroeg overgebleven brood aan verschillende bakkers en begon in 1990 met de Stichting Broodnodig. Zijn vrouw Angeliek en een aantal vrijwilligers helpen hem brood te verzamelen.

Om half zeven ’s avonds gaat hij naar bed. Aan het begin van de nacht staat hij op en begint hij aan zijn fietstocht. Hij hangt de plastic tasjes met brood aan de deurknop en fietst zo’n 30 kilometer per nacht. Waarom ’s nachts? Omdat de mensen zich schamen voor de hulp. Ze kunnen de tas met brood voordat het licht wordt binnenhalen.

’s Ochtends gaat hij brood ophalen bij bakkers en de tasjes klaarmaken. ’s Middags heeft hij open huis voor mensen die brood nodig hebben, hulp bij het invullen van een formulier of gewoon wat vriendelijkheid.

Hij vindt zichzelf eigenlijk in alles mislukt. Hij bedoelt waarschijnlijk dat het hem niet lukte in een systeem te passen, van de kerk of de hulpverlening bijvoorbeeld. Maar het is hem duidelijk bijzonder goed gelukt een eigen systeem te onderhouden waarmee hij een ontelbaar aantal mensen helpt.

Hij wil doorfietsen tot hij omvalt. Volgens hem blijft hij juist gezond door het vele fietsen. Het museum voor sociale geschiedenis maakt nu al aanspraak op zijn huidige (56ste) fiets.

  • Broers, Arjan. Een dwaas bestaan: Gerrit Poels, broodpater. €8,50. ISBN 97890 5625 303 5